Begroting 2020

Bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen

In deze paragraaf beschrijven we welke bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen nog van
toepassing zijn op de gemeentelijke begroting. Er is één taakstelling voor 2020 en verder van toepassing op de begroting.

De volgende definities zijn van toepassing op deze paragraaf:

Een bezuiniging wordt rechtstreeks op de baten en lasten van de begroting verwerkt. Bij de
kadernota wordt vaak aangekondigd op welke posten wordt bezuinigd, in de begroting die de raad
vervolgens vaststelt zijn deze bezuinigingen verwerkt.

Een taakstelling is een opgave die de organisatie voor de langere termijn wordt opgelegd.
Hieronder valt bijvoorbeeld het voornemen om het personeelsbestand terug te brengen met een
opgelegd bedrag of percentage. Om dit te kunnen realiseren moet er nog een plan worden
opgesteld en moet er nog rekening gehouden worden met frictiekosten en dergelijke. Pas op
langere termijn ontstaan de positieve financiële effecten.

Ombuigingen hebben een beleidsinhoudelijk overweging en hebben daardoor een politieke lading. Een voorbeeld hiervan is de afweging of de gelden van het sociaal domein voor andere zaken dan het sociaal domein zouden kunnen worden ingezet.

Voor het beoordelen van de realiteitswaarde is het volgende van belang:

• Een op het programma verwerkte bezuiniging is reëel. Het budget is verlaagd en er is een
verantwoordelijk budgethouder.
• Bij een taakstelling is de onderliggende toelichting van belang, het realiteitsgehalte kan pas later worden beoordeeld;
• Een ombuiging vergt een beleidsinhoudelijke afweging, de besluitvorming in de raad is hiervoor
van belang.

Alle eerder opgenomen bezuinigingen, taakstellingen en ombuigingen in de begrotingen zijn verwerkt in de (meerjaren)begroting en zijn of worden gerealiseerd. In de voorliggende begroting is er nog één actuele taakstelling van toepassing.

Tabel 51

Taakstelling(en)

Bedragen per jaar

2020

2021

2022

2023

Reisdocumenten en rijbewijzen

97.161

93.776

 105.991

 121.834

Doordat de geldigheid van rijbewijzen en identiteitskaarten voor volwassenen verlengd is van 5 naar 10 jaar is er een zogenaamde ‘rijbewijscyclus’ en een ‘paspoortcyclus’. Hierdoor krijgt de afdeling burgerzaken steeds te maken met twee verschillende periodes van 5 jaar. In de eerste periode van 5 jaar worden er minder rijbewijzen en reisdocumenten afgegeven en in de tweede periode van 5 jaar worden er veel meer rijbewijzen en reisdocumenten afgegeven. Tot het jaar 2024 worden er hierdoor minder reisdocumenten uitgegeven en tot het jaar 2022 veel meer rijbewijzen. Dit heeft effect op de inkomsten van burgerzaken. De schommelingen in de cycli hebben consequenties voor het aantal aanvragen en dus voor de tijd die binnen de gemeente aan deze documenten wordt besteed.
We verwachten tot en met het jaar 2023 minder inkomsten (en daarna 5 jaar weer meer inkomsten) met betrekking tot de leges paspoorten en ID-kaarten.

Wij zullen binnen onze begroting met een plan van aanpak komen hoe we deze inkomensval gaan opvangen. Dit kan enerzijds door te kijken naar andere vormen van dienstverlening (openingstijden, werken vanuit één locatie etc.), de personele bezetting en door te kijken naar mogelijkheden om de inkomsten te verhogen op andere producten.

ga terug